Stop met die referenda

In verkorte vorm gepubliceerd in NRC Handelsblad op 24 juni 2016, de dag dat de uitslag van het Britse EU-referendum bekend werd. Dit is de volledige tekst.

Het Britse referendum over de EU toont aan dat het referendum een rampzalig politiek middel is. Een volksstemming vertegenwoordigt alles wat een democratie juist niet is. Een slecht debat, waarin wordt geschermd met angstbeelden in plaats van argumenten, wordt gevolgd door een uitslag waarin de helft plus één zijn wil oplegt aan de rest.

De geschiedenis van referenda laat zien dat ze het maatschappelijk debat verzieken en de democratische politiek vleugellam maken. De eerste keer dat ik dit zag was in Noorwegen in september 1972, toen de bevolking zich daar mocht uitspreken over de vraag of ze bij de toenmalige Europese Gemeenschap wilden of niet. Ik woonde het grootste deel van dat jaar in Noorwegen en heb daar gezien hoe de volksstemming over de EG hele gemeenschappen, bedrijven en families in stukken spleet. De discussie was keihard, populistisch en vol halve waarheden en hele leugens. De belangrijkste slogan luidde ‘Noorwegen is niet te koop!’

 

Lees meer...

Wederopbouw Rotterdam was een ontsporing

Wederopbouwdag 2016 mag een dag van vragen zijn. Bijvoorbeeld wat de stadsplanners van de jaren ’40, Van Traa voorop, heeft bezield om een centrum te willen bouwen bijna zonder mensen? Die misser heeft het ooit zo bruisende Rotterdam op een sociale en culturele achterstand gezet die we nu met de grootste moeite proberen in te halen.

‘Wij beslissen hier bij u, over u en zonder u,’ hadden Van Traa c.s. kunnen zeggen toen ze in 1946 hun Basisplan naar buiten brachten. Weliswaar mocht de gemeenteraad goedkeuring aan het plan hechten, maar veel openbare discussie was er niet. De randvoorwaarden werden aan het publiek als voldongen feiten gepresenteerd in de overigens mooie brochure, ‘Het nieuwe hart van Rotterdam’.

Er was plaats voor hooguit zo’n dertigduizend mensen. In het centrumgebied dat werd gebombardeerd woonden minstens 75.000 inwoners.

Lees meer...

Niet bang zijn voor de radicale islam

Voor de tweede maal in korte tijd is een familielid door toedoen van islamisten om het leven gekomen. Toen in januari 2016 mijn achterneef Arie Houweling omkwam bij een aanslag in Burkina Faso was ik al begonnen aan dit artikel, dat een poging is om te begrijpen wat de westelijke waarden zijn waarvoor zo velen met hun leven moeten betalen.

Wat is er specifiek aan het Westen? Menigeen is trots op wat wel de Joods-Griekse traditie wordt genoemd. Van die traditie wordt aangenomen dat deze is uitgemond in de hedendaagse principes als menselijkheid en rechtvaardigheid. Het argument is een beetje abstract en eigenlijk te licht om als onderbouwing te kunnen dienen voor de claim dat het Westen een beschaving met toekomst zou zijn. Maar laten we er toch eens naar kijken...

Dit artikel is onder de kop 'Strijd tegen 't islamisme moet worden voortgezet' op 26 februari 2016 gepubliceerd door Rotterdam Vandaag & Morgen. Zie aldaar ook voor reacties. Bij nader inzien, omdat de kop ten onrechte de indruk wekte dat ik wilde oproepen tot gewapende strijd, heb ik de kop hier veranderd in: 'Niet bang zijn voor de radicale islam'

Dit artikel is een ingekorte versie van: Het vermaledijde westen en de islam (klik voor de volledige versie of klik hieronder op 'Lees meer' voor de korte versie).

Zie ook het nieuwe boek 'Dagboek van het thuisfront' over Jeroen Houweling.

Lees meer...

Dankwoord bij de Erasmusspeld

Uitgesproken bij de uitreiking van de Erasmusspeld door burgemeester Aboutaleb van Rotterdam op 20 november 2016

Mijnheer de burgemeester, het is een bijzondere eer om een Erasmusspeld te mogen ontvangen uit handen van de auteur van het essay ‘Tussen droom en daad’, dat u schreef ter gelegenheid van de Maand van de geschiedenis 2015. Het hele essay is zeer behartenswaardig, maar ik denk nu met name aan uw wijze raad om op zoek te gaan naar onze gezamenlijke geschiedenis. Ik citeer: ‘Die kunnen we vinden door elkaars verhalen te delen en te vertrouwen op de kracht van de taal.’

Precies daarom is nu bijna twintig jaar geleden de Noodfaculteit Letteren opgericht, omdat de taal, de talen en de verhalen niet mogen ontbreken aan de Erasmus Universiteit en in onze stad Rotterdam.

Lees meer...

Rotterdam heeft geleerd te herdenken

Rotterdam heeft de laatste jaren een grote stap vooruit gemaakt. Op 20 september 2001, ruim een week na de aanslagen in New York, schreef ik in deze krant dat Rotterdam een centrale plaats voor herdenkingen ontbeerde. Slechts twintig mensen waren bijeengekomen om de aanslagen te herdenken, waar in andere steden honderden tot duizenden mensen bijeenkwamen.

Ik bracht dat toen in verband met het klaarblijkelijke onvermogen van de Rotterdammers om het eigen bombardement te herdenken. Maar intussen is een jaarlijkse, waardige herdenking van dat bombardement traditie geworden. Bovendien kwamen op 8 januari zo'n vierduizend mensen bijeen bij het monument van Zadkine op Plein 1940, waar burgemeester Aboutaleb een van de meest gedenkwaardige toespraken hield in de geschiedenis van deze stad. Een toespraak die internationaal de aandacht trok.

Rotterdam en de Rotterdammers zijn gegroeid, nu eens niet in de hoogte of de breedte, maar in de diepte. Dat is een grootse prestatie die hoop geeft voor de toekomst.

Gepubliceerd in Algemeen Dagblad/Rotterdam, 19 januari 2015

Lees de artikelen over de herdenking van het bombardement van 14 mei 1940:

Lees meer...

Amsterdam, de macht en de mythe

Ik wou dat ik een Amerikaan of Chinees was, dan kon me tenminste ongeremd overgeven aan de loftuiterij rondom 020! Maar ik ben helaas Rotterdammer en heb ook nog een paar geschiedenisboeken gelezen. Dat maakt het moeilijk om me aan te sluiten bij het internationaal engelenkoor.

Toen half juni 2015 de hoogleraren Zef Hemel en Frank van Oort in het dagblad Trouw ervoor pleitten om de omvang van Amsterdam kunstmatig te verdubbelen, omdat dat zo goed zou zijn voor Nederland, was ik dan ook even stil. Vooral omdat er expliciet bij stond dat die groei ten koste zou mogen gaan van andere steden.

Ik stond op het punt om argumenten te bedenken waarom zo’n pleidooi Nederland niet vooruit helpt. Maar in plaats daarvan rees bij mij de vraag hoe mensen op die gedachte kunnen komen, dat een ongebreidelde groei van Amsterdam ook goed zou zijn voor de arme, niet-Amsterdamse rest van ons land.

Lees meer...

Liever petten dan pennen?

Bij het overlijden van Dolf Welling
De Rotterdamse kunstcriticus Dolf Welling is eind maart op 95-jarige leeftijd overleden. Hij was drager van de Erasmusspeld en erelid van de internationale organisatie van kunstcritici AICA. Maar voor Rotterdam is belangrijker dat met hem opnieuw een lid wegvalt van een generatie die in de periode na de oorlog vorm heeft gegeven aan de cultuur en met name ook de journalistiek in deze stad.

Dit is geen in memoriam. Anderen weten veel meer van Dolf Welling dan ik, die hem heb leren kennen via zijn zoon Wouter en andere schrijvers van het deels biografische boekje ‘Dolf Welling, het eigen verhaal’, dat in 2000 werd uitgebracht ter gelegenheid van zijn 50-jarig jubileum als kunstcriticus. De gedachte om dit stuk te schrijven kwam eigenlijk al bij me op na het recente overlijden van Koos de Gast, net zo’n persoonlijkheid uit het Rotterdam dat voorgoed voorbij is. Het Rotterdam van de wederopbouw, waarin iedereen die een pen kon vasthouden van grote waarde was voor deze stad.

Dolf Welling is in oktober 1919 geboren in Amsterdam, maar vestigde zich in 1950 in de Maasstad toen hij een baantje kon krijgen als leerling-redacteur bij het toenmalige Rotterdamsch Nieuwsblad. Hij was een van die Amsterdammers die overkwamen naar het in zieltogende Rotterdam, dat vooral door het bombardement niet alleen zijn materiële stadshart, maar ook zijn culturele hart was kwijtgeraakt.

Lees meer...

Ger van Roon, historicus van het Duitse verzet

Op 27 december 2014 is in zijn woonplaats Amsterdam prof.dr. Ger van Roon overleden. Hij was bekend bij veel leden van onze vereniging door zijn jarenlange studie naar de Kreisauer Kreis in nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog en zijn publicaties op dat gebied. Pas door de publicatie van zijn boek ‘Neuordnung im Widerstand’ (R. Oldenbourg Verlag, München, 1967) heeft het verzetswerk van Helmuth James von Moltke en de Kreisauer Kreis geleidelijk aan erkenning gevonden in Duitsland en daarbuiten.

Van Roon heeft altijd gewezen op de belangrijke invloed die Eugen Rosenstock-Huessy op de jonge Von Moltke heeft uitgeoefend en op de belangrijke vormende kracht die uitging van de werkkampen voor arbeiders, boeren en studenten die Rosenstock eind jaren twintig organiseerde nadat Von Moltke hem op de moeilijke situatie van de lokale bevolking in Silezië had gewezen. Tal van deelnemers aan deze werkkampen sloten zich later aan bij de verzetsorganisatie Kreisauer Kreis.

Lees meer...

Terug naar de volheid van spreken

In de nieuwe vertaling van Angewandte Seelenkunde, die binnenkort verschijnt als De taal van de ziel, legt Eugen Rosenstock-Huessy uit hoe ons spreken en leven met elkaar verweven zijn. Het boek laat zien dat er verschillende manieren zijn van spreken en aangesproken worden en dat dat feit gevolgen heeft in het menselijk leven. In vervolg op de bijeenkomst van Respondeo over deze nieuwe vertaling in het najaar van 2013 is de afgelopen voorjaarsbijeenkomst gewijd aan die vier manieren van spreken. Het uitgangspunt was dat het mogelijk is om óver deze spreekwijzen te praten, maar dat dat nog niet wil zeggen dat we ook ín die wijzen kunnen spreken.

Iemand kan verstandige dingen over het Frans zeggen zonder een woord Frans te spreken. In dit artikel wordt geprobeerd de vier manieren van spreken tot leven te laten komen op zo'n manier dat we het ook echt ervaren. Om te beginnen een voorbeeld. Wat valt bijvoorbeeld op aan onderstaand citaat, dat ontleend is aan hoofdstuk 9 (‘De taal van de gemeenschap’)?

De voluntatief heeft vele namen: optatief, conjunctief, subjonctief. Altijd is hier de eigenwil in het geding die relaties legt, die mensen en dingen excentrisch beweegt. ‘Initiërend’ moeten wij het ‘ik’ van de kunstenaar noemen, van hem die creatief werkt. Uit zijn geest komt iets nieuws op. ‘Begin!’ roept de lentedag van het genie de mensenwereld toe. “En wanneer de mens in zijn kommer verstomt, is hem een God gegeven die hem zegt waaraan hij lijdt.”

De tekst gaat over de voluntatief, de spreekwijze van de wil. De ermee verwante optatief kan ook wel wensende wijjs worden genoemd en de conjunctief en subjonctief ook wel de aanvoegende wijs. Het zijn allemaal manieren om iets tot uitdrukking te brengen dat in het innerlijk leeft, een wens, een wil, een ervaring, een reactie van angst of juist blijdschap. In de taalleer die Rosenstock-Huessy ontvouwt in De taal van de ziel neemt deze spreekwijze de tweede plaats in. Het is een reactie van degenen die aangesproken wordt op datgene wat hij verneemt, de imperatief ‘jij!’. De reactie is subjectief: Waarom ik? Niet ik! Of juist wel ik! Graag!

Lees meer...

The European Podcast Award

The organizers of the European Podcast Award Contest 2011 asked for a reaction from the winners. Here is my word of thanks.

I wish to thank the organisers of the European Podcast Award contest for their efforts. It is a really inspiring initiative. My podcast is called Hoor! Geschiedenis, which means something like Listen! History.

When I started podcasting some two years ago, I was quite convinced that this was a project which would cost me a lot of time and would never yield me any money – which indeed it doesn’t – but I also thought that this was something completely out of the conventional scene of books and other media and for which there existed no prizes. So I was extremely surprised when the news of the nomination of my podcast reached me and receiving the award as national winner in The Netherlands in the category personal was really unbelievable.

It makes me feel supported. So thanks again. And to my colleague podcasters I would like say: go on! People are listening to you. We are the forerunners of a new era of oral culture.

De ene duurzaamheid is de andere niet

Er zit veel meer in het begrip ‘duurzaam omgaan met onze aarde’, dan op het eerste gezicht lijkt. Om dat duidelijk te maken, wil ik het ruimtelijke element scheiden van het tijdselement. We leven per slot van rekening in twee milieus, zoals Eugen Rosenstock-Huessy in bijna al zijn werken heeft aangegeven, dat van de ruimte en dat van de tijd. Dus zullen we ook op minstens twee manieren duurzaam moeten zijn. Misschien wel vier, als we rekening houden met de elkaar kruisende assen van ruimte en tijd.

Om te beginnen ga ik hieronder in op het huidige bewustzijn van duurzaamheid in het bedrijfsleven. Niet omdat we daar zo tevreden over kunnen zijn, maar omdat het mogelijk zal blijken om het groeien van het milieubewustzijn zichtbaar te maken aan de hand van verschillende fases. We hebben een bewustzijnscyclus bijna afgerond, maar daarmee zijn we er nog niet. In ruimtelijk opzicht is er al aardig wat gelukt, maar in de tijd gezien ligt het hele terrein van de duurzaamheid nog volledig braak.

Er zal durf voor nodig zijn om dat te ontginnen en vandaar ook dat de Vereniging Respondeo samen met de Woodbrookers op 21 en 22 april 2011 in Barchem een weekeinde organiseerde rondom het thema ‘Durf en duurzaamheid’.

Het lijkt wel of tegenwoordig iedereen bezig is met duurzaamheid. We doen thuis aan afvalscheiding en draaien misschien wel eens een printje minder uit om papier te sparen. In de politiek is duurzaamheid een steeds terugkerend thema. Geen politicus die geen zachtgroen, duurzaam sausje over zijn woorden giet. En zelfs onze hedendaagse ondernemers, slaan dagelijks groen uit.

Interessant is dat Rosenstock de huidige duurzaamheidshype al enigszins voorzag. Ik zal dat verderop nog aan de hand van een citaat laten zien. Van een hype mogen we intussen wel spreken. Niemand durft nog neer te kijken op de zorg voor het milieu en al twijfelen sommigen of de klimaatopwarming echt wel het gevolg is van broeikasgassen, we zijn het er in grote lijnen over eens dat we uitstoot van die gassen moeten verminderen.

Lees meer...

Nederland-Duitsland: twee verweven geschiedenissen

‘Het is wel prettig om een keer Duitse geschiedenisles te krijgen zonder dat we het hele tijd hebben over de naziperiode en Adolf Hitler.’ Dat is wat ik te horen kreeg toen ik onlangs een cursus gaf over de Duitse geschiedenis in het Rotterdamse Goethe Institut. De opmerking deed me denken aan wat een jonge Duitser me iets langer geleden min of meer terloops toevoegde. Nederland toch lange tijd deel had uitgemaakt van Duitsland, niet waar? Die periode zou dan geduurd hebben tot een roemruchte Tachtigjarige Oorlog, die zoals bekend eindigde met de Vrede van Münster van 1648 en de internationale erkenning van de republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden als soevereine staat.

Het zijn twee opmerkingen die me aan het denken hebben gezet. We kampen blijkbaar met diepgewortelde denkbeelden over de Duitse en de Nederlandse geschiedenis, die niet helemaal stroken met de werkelijkheid. Waar hebben we het eigenlijk over. Wat is Duitsland eigenlijk? Wat is Nederland? Wat hebben die twee met elkaar te maken, meer dan alleen een diep trieste historische episode uit de eerste helft van de afgelopen eeuw?

Lees meer...

How does our life bear fruit? - The Rosenstock-Huessy Huis in Haarlem

Paper presented at the conference “William James and Eugen Rosenstock-Huessy, The Moral Equivalent of War and the Social Representation of Truth,” held at Dartmouth College, Vt, USA, November 12 and 13, 2010

In 1971 four married couples bought a complex of medieval buildings in the center of Haarlem, an ancient Dutch town. Here they started a community called the Rosenstock-Huessy Huis. The foundation of this community was an historic event in line with the foundation of the work camps in Silesia, Germany, in the 1920s and Camp William James in Vermont, USA, in the early 1940s.

The Rosenstock-Huessy Huis still exists today but in a totally different shape. It is therefore worthwhile to look back at the original intentions of the founders and try to see what this community of people living and working together accomplished over time.

What inspired these people to undertake this daring project which turned their lives upside down and in many cases profoundly influenced the people who had the privilege of living in the House for a shorter or longer time? The House became a refuge for countless people who needed help for all kinds of reasons, be it social or psychological.

I should not keep hidden that I am part of this story myself. My wife and I lived in the Rosenstock-Huessy Huis from spring 1976 until the autumn of 1979. Two of our children were born here and I will never forget how it felt to be part of this community which counted in total some fourty inhabitants, some fourteen adults living there permanently with their children and a group of guests which usually stayed for a period of one year.

Lees meer...

In memoriam Freya von Moltke (29 maart 1911 – 1 januari 2010)

Beluister dit artikel (MP3, opent nieuw venster)
Freya von Moltke is afgelopen donderdag 1 januari op 98-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Norwich in de Amerikaanse staat Vermont. Niet veel mensen zullen haar naam kennen, wat misschien verbazing kan oproepen want het is alleszins waarschijnlijk dat haar naam en die van haar echtgenoot Helmuth James von Moltke tot in de verre toekomst en hopelijk altijd zullen voorkomen in de literatuur over de Europese geschiedenis.

Vandaar dit korte in memoriam.

Freya Deichmann werd geboren op 29 maart 1911 in Keulen. Zij studeerde rechten en trouwde op twintigjarige leeftijd met Helmuth James von Moltke. Hij specialiseerde zich in het internationale recht en weigerde van meet aan om samen te werken met het nazi-regime dat sinds 1933 in Duitsland aan de macht was. Uiteindelijk kreeg hij een functie op het Bureau voor Buitenlandse Aangelegenheden van het ministerie van Defensie in Berlijn. Daar had hij als taak om de volkenrechtelijke aspecten van de oorlogvoering te volgen. Niet dat de nationaal-socialisten zich aan dat volkenrecht zouden houden, maar desondanks was Von Moltke in die positie in staat om zich in te zetten voor de veiligheid van tal van mensen.

Lees meer...

Wat hebben de letteren nog te betekenen?

Waarom zou iemand letteren gaan studeren? Wat drijft mensen die letteren onderwijzen en daar onderzoek in doen? Hoe denken de alfawetenschappers over hun vak en wat vinden anderen daarvan?

Over die vragen gaat deze bundel. Maar eerst moet de vraag beantwoord worden waarover we het nu eigenlijk hebben. Letterenstudies, alfawetenschappen, geesteswetenschappen, humaniora – ze vormen een niet altijd even duidelijk gedefinieerd terrein. We zullen proberen aan te duiden wat er bedoeld wordt met deze termen, waarin deze studies zich onderscheiden van de maatschappijstudies en de natuur- en gezondheidswetenschappen en hoe er tegen de letteren aangekeken wordt, zowel door de beoefenaars zelf als door niet-alfa’s.

A. Letterenstudies ‘op zich’

Voordat er een antwoord kan worden gegeven op de vraag naar de beleving van het belang van de letterenstudies door de betrokkenen binnen dit wetenschappelijke veld zelf, is een afbakening nodig van het terrein en een selectie van de termen waarmee dat terrein wordt benoemd. Er bestaat namelijk veel onduidelijkheid over het begrip ‘letteren’. Wordt daarmee alleen de literatuurstudie bedoeld of ook de taalkunde? En wat betekenen de termen ‘geesteswetenschappen’, ‘alfawetenschappen’ en dergelijke?

Lees meer...

"Today we have to look further and wider"

An interview with Bob O'Brien / Haarlem, Rosenstock-Huessy Huis, tuesday June 7, 1994

In the extensive and well-documented account of Camp William James given by Jack J. Preiss in his book of the same name, the story is told of a meeting at the house of Eugen Rosenstock-Huessy in 1938, previous to the foundation of the camp. The question was if the attempts to reform the Civil Conservation Corps, CCC, should be continued or if something new should be started up.

               Two participants in the discussion, Frank Davidson en Bob O'Brien, had clearly different points of view. Preiss writes, "There were many shades of feeling, ranging from O'Briens almost solitary concern with Tunbridge and the ideal of work service, to Davidson's conviction that some sort of agreement with the Department of Agriculture on a practical basis was necessary."

               According to Preiss' account, Bob O'Brien states in the discussion that followed: "I am in complete disagreement. I don't want to reform, I want to create."

               Nowadays, Bob O'Brien lives in the Rosenstock-Huessy Huis in Haarlem, much older but lively, creative as ever and travelling all around the globe to contribute to that one ideal he never abandoned, the voluntary work camp movement. In this interview he tells about his meetings with Eugen Rosenstock-Huessy, Camp William James, and post-war work camps.

"At the time that I was at Dartmouth," says Bob, "there was a literary club which received financial support so that it could pay a modest stipend to literary figures of some vote to come to speak to us. A significant event for me occurred in 1938 when W.H. Auden came to speak.

Lees meer...

En ny samfunnstjeneste

FNs væpnede fredsstyrker sendes i dag til nesten alle verdensdeler. I verdenspolitikken er det oppstått en situasjon hvor intervensjon fra FNs side nesten utelukkende gjennomføres med militærmakt. Kan vi forestille oss en annen internasjonal fredstjeneste enn denne væpnede? En tjeneste hvor enhver kan bevise sin hengivenhet til freden, ung og gammel, mann og kvinne, fra hver rase og hver sosial bakgrunn?

Det er på tide at den gamle verneplikt, for så vidt den ennå eksisterer, blir erstattet av en ny, fredsorientert tjeneste, verdensomspennende og for alle som vil være med.

Moralsk motvekt

Spørsmålet om krig og fred bekymret mange tenkere, særlig de som tok konsekvensen av verdenskrigene i det tjuende århundre. Da Henry Ford, den amerikanske industrimagnaten som ble kjent for sine sosiale reformer, var på besøk i Kristiania i 1915 skrev B.D. Brochmann et brev i navnet av Norsk Reformbevegelse. Følgende sitat er hentet fra dette brevet:

Vi opprettholder krigen som om den skulle være et overnaturlig, mystisk og suverent begrep, basert på lover og naturnødvendighet, og blant den store masse er det ennå en alminnelig læresetning at den brutale styrke er retten og at den fysiske og kvantitative styrke er retten, det er en ‘naturlov’ som bidrar til angrep. (...)

Derfor til våpen, ikke mot autoritetene eller personene, men mot denne illusjon. Ikke mot diplomatene, folkelederne og institusjonene, men mot den oppdragelse og de læresetninger hvorfra alt dette har sitt utspring.

Krig, ikke mot mennesker men mot foreldede tanker og inngrodde vaner. Det stod også den amerikanske filosofen William James (1842-1910) for. Han skrev i sitt siste leveår et essay under tittelen ‘The Moral Equivalent of War’. (2)

Lees meer...

'It is quite normal in Poland for a journalist to get no answer'

In 1993 a delegation of twenty Polish journalists came to the Netherlands to nose around in the relationship between government and journalism. The study visit taught the Poles that in the Netherlands it really is the journalists who decide what is news. Meanwhile there has been a return visit. An international conference on Journalism in Poland took place near Warsaw in May.

Poland is a post-communist country that is still in the full throes of transition to a free market. That also goes for official information. Politicians and civil servants with little understanding of the importance of open government are facing a growing host of young, relatively inexperienced journalists.
    The Polish Journalists Training Programme was developed in The Netherlands to support the Poles in this social development process. It has produced concrete results, including cooperation on training, help with setting up a trade union and exchanges between media. The first part of the Polish Journalists Training Programme comprised a working visit to the Netherlands by twenty Polish journalists and two advisers from the Polish Government Press Office.

Lees meer...

De terugkeer van Lekker Dier

Vegetarisme was behalve een levensbeschouwing ook, en misschien wel vooral, een levenshouding. In 1970, ik was een jaar of zestien, besloot ik geen vlees meer te eten. De argumenten lagen voor het oprapen. “Weet je wel hoeveel kilo voedsel je een varken moet geven voordat je hem kunt slachten,” riep ik mijn sceptische gezinsgenoten toe. “Tien keer zijn eigen gewicht. En bovendien doe je die dieren onnodig leed aan en heb je vlees niet eens nodig. Het is nog ongezond ook.”
Wat ze thuis niet wisten, was dat ik tot mijn vegetarisme was gekomen nadat ze met kerst een soort vogelpaté hadden opgediend waaraan pootjes waren bevestigd, zodat het net was of je een echte vogel in plakjes sneed. Daar werd ik fysiek niet goed van, zoals ik niet goed werd van alles wat met ‘thuis, te maken had. Ik weigerde vlees als een daad van verzet en walgde van de begriploze, barbaarse carnivoren aan onze tafel. Liever in mijn eentje met mijn hapje groen.
Op zoek naar gelijkdenkenden sloot ik me aan bij een vereniging, genaamd “De Jonge Vegetariërs”. maar al tijdens de eerste jaarvergadering stoorde ik me aan de tamme sfeer. Ik was dan ook blij toen tijdens die vergadering iemand op me afkwam die me vroeg of ik ook vond dat er hier maar weinig gebeurde. “We gaan een actiegroep oprichten,” zei hij, “tegen de bio industrie. Doe je mee?” Een paar weken later kwamen we bijeen en zag ik voor het eerst foto’s van elkaar blindpikkende kippen in legbatterijen, kreupele kistkalveren en varkens met wegrottende snuiten en poten.

Lees meer...

Een Pools landgoed voor vrede en verzoening

In de geest van de Kreisauer Kreis wordt het landgoed Kreisau (Krzyzowa) in Polen geschikt gemaakt als plaats waar mensen van allerlei nationaliteiten verder bouwen aan een vreedzaam Europa. Op 23 januari 1995 is het vijftig jaar geleden dat de oprichter van de Kreisauer Kreis, Helmuth James von Moltke, in een Berlijnse gevangenis werd omgebracht.

Op 12 november 1989 kwamen de Duitse bondskanselier Helmuth Kohl en zijn Poolse ambtgenoot Mazowiecki naar Krzyzowa voor het bijwonen van een Pools Duitse verzoeningemis. Kohl stelde bij die gelegenheid voor om het landgoed op te knappen en er onder meer een internationaal jeugdontmoetingecentrum te vestigen. Inmiddels stelden de Duitsers uit een speciaal fonds, het Jumbo Krediet, 25 miljoen D Mark beschikbaar en zijn de werkzaamheden in volle gang. De vraag is echter welke doelstelling het ontmoetingscentrum zal krijgen en in hoeverre het gedachtengoed van de Kreisauer Kreis daarbij nog een rol kan spelen. Iemand die daar een eigen kijk op heeft, is de Haarlemmer Wim Leenman, bestuurslid van de Stiftung Kreisau für Europäische Verständigung. Leenman was al ver voor de omwenteling in Polen in contact met mensen die bij Krzyzowa en zijn geschiedenis betrokken waren.
    “We hebben al in 1990 in Berlijn aardig moeten worstelen met de vertegenwoordigers van de ministeries,” zegt Leenman. “De voorstellen, vooral van Duitse kant, leken als twee druppels water op de Duits Frang3e overeenkomst aan het eind van de veertiger jaren, toen een ontmoetingsplaats werd opgericht voor jongeren van beide naties. Terwijl wij van het begin af hebben gesteld, dat het niet gaat om slechte één generatie. En dat de Tweede Wereldoorlog niet alleen een kwestie is geweest van Duitsland en Polen.”

Lees meer...