New book on the German resistance

(Nederlands: Nieuw boek over Duits verzet)

Haarlem, 6 May 2017

Dear Lien and Marlouk, dear guests- Hoor! Geschiedenis (Listen! History) is actually not a publishing house, but a narrative company that focuses on our history. The name refers to an important article by Rosenstock-Huessy, the name giver of this house, entitled: History must be told. That's exactly what Marlouk did in her book.

I'm very honored to present to you the new book of Marlouk. It is a special book in more than one respect and I can immediately add that the place where we are now, this beautiful chapel in the Rosenstock-Huessy House, is also a very special place. Because it is exactly here in this house, that the lines that Marlouk describes so beautifully come together.

The story begins with Helmuth James von Moltke, the main character in the book, because he was the initiator and the actual leader of the Kreisauer Kreis - the German resistance movement that during the Second World War prepared a new, democratic and European order for Germany, for the moment when Adolf Hitler and his Nazi gang would have fallen. Helmuth James von Moltke, as you can read in the book, was arrested in 1944 and executed in early 1945.

Helmuth James von Moltke has not visited this house, but his widow Freya and his son Konrad did, quite a few times actually. Both have passed away, but in the 1970s, 80s and 90s they had close ties with the inhabitants of this house. Lien knows all about it. Do ask her. Or the countless others present here with whom they had close contacts.

Lees meer...

Aartsvijand Greenpeace

‘Het is zeker dat walvissen op dezelfde manier over jullie zullen praten als de joden nu over de nazi's.’

Gepubliceerd in Intermediair, 7 mei 1993, 29ste jaargang, 18.

REINE, VOORJAAR 1993 - Het gevecht om de commerciële walvisvangst is in alle hevigheid ontbrand. De milieubeweging probeert de jagers te ontmoedigen door boycotacties, sabotage en demonstraties, maar de vissers - de Noren voorop - zijn vastbesloten. Voor hen is de walvisvangst van levensbelang.

‘We liggen met onze boot doodstil op het water en wachten tot ze zich vertonen’, vertelt de Noorse walvisjager Jan Odin Olavsen. ‘Dwergvinvissen blazen geen dampwolk uit, dus om ze te betrappen moet het zeeoppervlak spiegelglad zijn. Maar windstille dagen zijn zeldzaam hier.’

De vangsttechniek is simpel. Iemand zit op de uitkijk in een ton die aan de mast is bevestigd. Op het moment dat de walvis nog dertig of veertig meter verwijderd is, schiet men de harpoen af. Een kleine granaat ontploft in de punt van de harpoen, waardoor de vis bewusteloos raakt. Als hij nog leeft, schiet de visser hem met een geweer door de kop. De zeven à tien meter lange vis wordt bij stukjes en beetjes gevild en verwerkt. Binnen het uur is het dier in de ruimen van Olavsen’s schip verdwenen en begint het wachten op de volgende vangst.

Olavsen heeft sinds zijn vroege jeugd op walvissen gejaagd, eerst samen met zijn vader en later met zijn eigen boot, totdat het internationale moratorium daar in 1986 een eind aan maakte. Nu mag hij jaarlijks slechts een paar dwergvinvissen vangen ‘voor wetenschappelijke doeleinden’. Voor dit jaar bedraagt de door de Noorse regering vastgestelde quotum 136 dieren. Rond de paasdagen zijn de eerste Noorse walvisjagers uitgevaren voor de wetenschappelijke vangst. De datum van de start was geheim gehouden uit vrees voor acties van milieuactivisten.

Het Noorse wetenschappelijke vangstprogramma wordt door de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) getolereerd, al zetten sommigen vraagtekens bij de omvang ervan. Anders is het met de aankondiging van de Noren, vorig jaar juli tijdens de IWC-conferentie in Glasgow, om de commerciële jacht op dwergvinvissen te heropenen. Daarmee hebben zij de overgrote meerderheid van de lidstaten van de IWC en de hele internationale milieubeweging tegen zich in het harnas gejaagd. De Noren zullen met de commerciële jacht wachten tot na de eerstvolgende IWC-bijeenkomst van 10 tot 14 mei in Kyoto.

Olavsen woont in het vissersdorp Reine, op de uiterste westpunt van de besneeuwde Lofoten-eilanden zo'n 200 kilometer binnen de poolcirkel. De huizen liggen er ingeklemd tussen de bijna loodrecht oprijzende berghellingen en de oceaan, die groengrijs rond de klippen kolkt. Reine is de thuishaven voor zeven van de 56 Noorse schepen die geschikt zijn voor de jacht op dwergvinvissen. Ze zijn gemiddeld zo'n twintig meter lang en lijken in niets op de grote fabrieksschepen die een eind hebben gemaakt aan het bestaan van een aantal grote walvissoorten.

‘Veel mensen denken dat de Noorse walvisvangst nog gebruik maakt van de grote fabrieksschepen’, zegt de Noorse visserijminister Jan Henry Olsen. ‘Maar geen van deze schuiten is speciaal voor de walvisvangst gebouwd. Het zijn vissersboten met een bemanning die gewoonlijk tot één familie behoort.’ Noorwegen, zo verklaart Olsen, heeft gebruik gemaakt van het recht om zich van het IWC- moratorium te distantiëren.

De Noren willen de vangst opnieuw starten zodra op wetenschappelijke gronden is bewezen dat het bestand aan dwergvinvissen een bepaalde bejaging kan tolereren. Na zeven jaar wachten is het nu zover. Olsen: ‘Het Wetenschappelijk Comité van de IWC heeft afgelopen jaar unaniem uitgesproken dat er naar schatting 86.700 dwergvinvissen in het noordoostelijk deel van de Atlantische oceaan leven. Het bestand wordt dus op geen enkele manier bedreigd.’

De Noren willen de eerste jaren enkele honderden dieren vangen boven het quotum voor wetenschappelijke vangst, waardoor de totale vangst dit jaar tussen de tweehonderd en achthonderd dieren zal bedragen. De minister maakt zich echter grote zorgen over de reactie van de milieubeweging. De bewoners van de Lofoten kregen rond Kerstmis een voorproefje, toen Paul Watson, lid van de Amerikaanse milieuorganisatie Sea Shepherd, in de haven van Svolvær een walvisvaarder tot zinken gebracht. Bovendien werd tijdens de IWC-conferentie in Glasgow in juli vorig jaar opgeroepen tot een boycot van Noorse exportproducten. Sindsdien demonstreren milieuorganisaties geregeld bij Noorse ambassades en toeristenbureaus. Verwacht wordt dat de Amerikaanse president Clinton druk zal uitoefenen om een hervatting van de commerciële walvisvaart te voorkomen. In februari nam het Congres al een resolutie van die strekking aan.

De strijd speelt zich af in en rond de IWC-arena. Deze organisatie werd in 1946 opgericht door tien landen, waaronder Noorwegen, en was vooral bedoeld om het uitsterven van de grote walvissoorten te voorkomen. In de statuten staat vermeld dat de commissie rekening zal houden met ‘de belangen van de consumenten van walvisproducten en van de walvisindustrie’. Olsen ziet echter met lede ogen aan dat er steeds meer landen lid worden die zelf geen belang hebben bij de walvisvangst, terwijl walvisnaties als IJsland en Canada recentelijk hun IWC-lidmaatschap hebben opgezegd. ‘Als de IWC zich verder beweegt in de richting van een organisatie voor permanente bescherming van walvissen en een verbod op alle commerciële vangst, dan zal Noorwegen zijn relatie tot de IWC moeten herzien.’

Woordvoerder Martin Harvey van het IWC-secretariaat in het Engelse Cambridge wil wel bevestigen dat er iets is veranderd: ‘In de jaren vlak na de oprichting in 1946 was de walvisindustrie een stuk sterker dan nu. Sinds de jaren 60 is de bescherming van de walvissen meer op de voorgrond getreden.’ Hij voegt daaraan toe dat er wel degelijk uitzicht kan zijn op hervatting van de commerciële vangst zodra er een akkoord is over het nieuwe beheermodel, de Revised Management Procedure. Over het rekenkundige gedeelte is men het al eens, maar over de juridische vorm en bijvoorbeeld de inspectie nog niet.

Voor de bewoners van de Noord-Atlantische kuststreken, zoals de Lofoten, duurt het allemaal veel te lang. Ze voelen zich miskend. ‘De bevolking in Reine heeft geen ander kapitaal dan de boten en de kennis die van de ene generatie op de andere wordt overgedragen’, betoogt Georg Blichfeldt. Hij is secretaris van de High North Alliance, een organisatie van gemeenschappen langs de noordelijke Atlantische Oceaan, van Noorwegen tot Groenland en Canada. Blichfeldt en de zijnen willen een tegenwicht vormen tegen de milieubeweging, met name aartsvijand Greenpeace.

‘Onze leefwijze is anders dan die van mensen in de geïndustrialiseerde gebieden, waar men zo snel mogelijk geld moet maken’, zegt Blichfeldt geëmotioneerd. ‘Wij zijn afhankelijk van het milieu en daarom zijn wij niet uit op kortzichtig winstbejag.’

Geir Wulff-Nilsen, burgemeester van de gemeente Moskenes, waarvan Reine deel uitmaakt, wijst erop dat de walvisvangst onderdeel is van een jaarlijks terugkerend ritme, waarbij de verschillende soorten visserij elkaar opvolgen en de wisselende resultaten elkaar aanvullen. ‘De vangst van dwergvinvissen is een belangrijk onderdeel van ons totale economische systeem. Moskenes en vergelijkbare kustdorpen hebben sinds mensenheugenis hun bestaan gebaseerd op een gecombineerde visserij. Je kunt de walvisvangst niet los zien van de rest van ons werk.’

De Noorse milieubeweging bevindt zich in een precaire positie. Noorwegen wil graag gidsland zijn op milieugebied, maar is ook voorstander van de jacht op dwergvinvissen. Heidi Sørensen, sinds vorig jaar voorzitter van de grootste Noorse milieuorganisatie Natur og Ungdom (Natuur en Jeugd) zegt daarover: ‘Wij steunden het IWC-moratorium in 1986, omdat we toen vonden dat er eerst wetenschappelijke cijfers over de walvisbestanden moesten komen. Die zijn er nu en dus is het tijd om een beheerste, goed gereguleerde vangst toe te staan. Wij komen ook op voor het belang van lokale gemeenschappen, zoals hier langs de kust.’

Sørensen verwijt met name Greenpeace dat zij diersoorten ‘vermenselijkt’: ‘Een diersoort wordt eruit gehaald en op een voetstuk gezet. Van de zeehond hebben ze een baby gemaakt met van die grote ogen. De walvis wordt een bijna menselijke intelligentie toebedeeld. En dat alles voorzien van retoriek over de barbaarse moordenaars die deze dieren bejagen.’

Aan de andere kant van de scheidslijn staan de walvisbeschermers, eveneens in verschillende gradaties. In een open brief in de Noord-Noorse krant Nordlys, waarin hij poogt zich te verantwoorden voor de aanslag in december, claimt Paul Watson dat de mensheid op het punt staat om te communiceren met walvissen en hij waarschuwt de Noren: ‘Het is zeker dat walvissen op dezelfde manier over jullie zullen praten als de Joden nu over de nazi's.’

Ook Greenpeace is vierkant tegen elke vorm van walvisvangst op dit ogenblik. Woordvoerder Geert Drieman: ‘De Noren suggereren dat er al overeenstemming is binnen de IWC over het nieuwe beheermodel, maar dat is niet waar. Wij vinden dat er geen discussie over een hervatting van de jacht op walvissen mag plaatsvinden voordat ook de ontbrekende delen gereed zijn.’ Het moratorium is volgens Greenpeace uitgeroepen op een moment dat vijftig jaar Noorse walvisvangst het bestand aan dwergvinvissen al met 54 procent had gereduceerd. Het huidige bestand van 86.700 dieren moet volgens de organisatie nog steeds tegen uitroeiing worden beschermd.

Dat de Noren met kleine boten jagen, wil volgens Quinn Pierce nog niet zeggen dat de jacht wat omvang betreft ook kleinschalig is. Volgens de organisatie werden er in vroeger jaren gemiddeld per jaar zo'n tweeduizend dwergvinvissen gevangen.

Ook de gebrekkige economie in het noorden is voor de milieuorganisatie geen argument. Drieman wijst erop dat Noorwegen een van de rijkste landen ter wereld is en dus wel tegen een stootje kan.

Het bericht dat de Noren dit jaar de commerciële vangst van de dwergvinvis gaan hervatten, werd in Japanse kustdorpen met uitgebreide feesten gevierd. Het Noorse voornemen vormt zo waarschijnlijk een precedent voor andere walvisjagende landen, met IJsland en Japan voorop. Het is twijfelachtig of er straks in Kyoto iemand zal zijn met voldoende wijsheid en gezag om een verdere leegloop van de IWC te voorkomen. Als Noorwegen, Japan en wellicht ook Rusland het voorbeeld van IJsland en Canada volgen en eveneens uit de organisatie treden, blijft een club over waarvan de belangrijkste oprichters zijn weggelopen en de statuten zijn verouderd. De kans is groot dat tegen die tijd de walvisvangst alweer volop aan de gang is.

 

Noot (2017): In de Red List of Threatened Species van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) wordt het aantal dwergvinvissen in Noord-Atlantische wateren geschat op 180.000. De organisatie classificeert deze soort als ‘Least Concern´. Het totaal aantal dwergvinvissen in Antarctische wateren wordt geschat op meer dan 500.000. De Noorse vangstquota voor dwergvinvissen schommelen rond 1.000 exemplaren per jaar. De Noren vissen niet op andere soorten walvissen. In het voorjaar van 2017 was er nog geen overeenstemming over het Revised Management Scheme. IJsland is in 2002 weer lid geworden van de IWC. Verbale communicatie met dwergvinvissen is nog niet tot stand gebracht.

Arch enemy Greenpeace

“It is certain that whales will talk about you in the same way as the Jews do now about the Nazis.”

Published in Intermediair, 7 May 1993, pp. 37-39.

REINE, SPRING 1993 - The battle for commercial whaling is flaming up in all its intensity. The environmental movement tries to discourage the hunters by boycott actions, sabotage and demonstrations, but the fishermen – first of all the Norwegians - are determined. For them, whale hunting is vital.

“We lay dead silent with our boat on the water and wait for them to show themselves,” says the Norwegian whaler Jan Odin Olavsen. “Minke Whales do not blow vapor clouds so if you want to catch them, the sea surface should be as smooth as glass. But windless days are rare here.”

The technique is simple. One of the fishermen is on the lookout in a tub that is attached to the mast. At the time that the whale is at a distance of some thirty or forty meters, one will shoot the harpoon. A small grenade in the tip of the harpoon explodes, beating the fish unconscious. If it is still alive, he will be shot in the head with a rifle. The seven to ten meter long fish is then skinned and processed to bits and pieces. Within the hour the animal disappears in the ship’s hold and Olavsen's wait for the next catch starts.

Since his early childhood Olavsen has been hunting whales, first with his father and later with his own boat until the international moratorium made an end to this in 1986. Now he just catches a few Minke Whales annually “for scientific purposes”. For this year, the quota set by the Norwegian Government totals 136 animals. Around Easter the first Norwegian whalers sail out for this scientific catch. The date of the start was kept secret out of fear for actions by environmentalists.

The Norwegian scientific whaling program is tolerated by the International Whaling Commission (IWC), even though there are some concerns with regard to its size. It is different with the announcement of the Norwegians in July last year during the IWC Conference in Glasgow, that they plan to reopen the commercial hunting of Minke Whales. By doing so, they antagonized the vast majority of the Member States of the IWC and the international environmental movement. The Norwegians will wait with commercial hunting until after the next IWC meeting from 10 to 14 May in Kyoto, Japan.

Olavsen lives in the fishing village of Reine, on the extreme west point of the snow-covered Lofoten archipelago, some 200 kilometers within the Arctic circle. The houses are sandwiched between the towering mountain slopes which dive almost perpendicular into the ocean, the water whirling wildly in a greenish grey around the cliffs. Reine is home to seven of the 56 Norwegian ships suitable for hunting Minke Whales. They are on average about twenty meters long and do not resemble in any aspect the huge factory ships that have made an end to the existence of a number of large whale species.

“Many people think that the Norwegian whaling still uses those big factory ships”, says the Norwegian fisheries minister Jan Henry Olsen. “But none of these barges is built especially for whaling. They are fishing boats with a crew that usually belongs to one single family.”

Norway, explains Olsen, has made use of the right of exemption from the IWC's moratorium. The Norwegians want to restart the catch once it is proven on scientific grounds that the total stock of Minke Whales can tolerate a certain degree of hunting. After seven years of waiting, that point has been reached. Olsen: “Last year the Scientific Committee of the IWC unanimously decided that there are an estimated 86,700 Minke Whales in the North-East Atlantic. The total number is therefore in no way threatened.”

During the first years the Norwegians want to catch several hundred animals as part of the quota for scientific catch, making the total catch this year between two hundred and eight hundred animals. The Minister, however, is very concerned about the reaction of the environmental movement. The inhabitants of the Lofoten got around Christmas a taste of what can happen when Paul Watson, a member of the American environmental organization Sea Shepherd, sank a whaling vessel in the port of Svolvær. In addition, during the IWC Conference in Glasgow in July last year some called for a boycott of Norwegian exports. Since then environmental organizations are demonstrating in front of Norwegian embassies and tourist offices. It is expected that US president Clinton will put pressure to prevent a resumption of commercial whaling. In February Congress passed a resolution to that effect.

The fight takes place in and around the IWC arena. This organization was founded in 1946 by ten countries, including Norway, and was primarily intended to prevent the extinction of the large whale species. The articles of association stipulate that the Commission will take into account “the interests of the consumers of whale products and of the whaling industry”. Olsen, however, sees that more and more countries become members who themselves have no interest in whaling, while whale nations as Iceland and Canada recently cancelled their IWC membership. “If the IWC further moves toward an organization for permanent protection of whales and a ban on all commercial catch, Norway will have to revise its relationship with the IWC.”

Spokesman Martin Harvey of the IWC Secretariat in Cambridge, England, confirms that something has changed: “In the years immediately after its founding in 1946 the whaling industry was a lot stronger than it is now. Since the 60 's the protection of the whales is more prominent. “ He adds that there is the possibility of resumption of commercial fishing as soon as there is an agreement about the new management model, the Revised Management Procedure. There is agreement about the calculations, but not on the legal part and, for example, inspection.

For the residents of the North Atlantic coastal regions, such as the Lofoten, it takes much too long. They feel misunderstood. “The population in Reine has no other capital than the boats and the knowledge that is transmitted from one generation to the other”, argues Georg Blichfeldt. He is Secretary of the High North Alliance, an organization of communities along the northern Atlantic Ocean, from Norway to Greenland and Canada. Blichfeldt and others want a counterbalance against the environmental movement, in particular arch enemy Greenpeace.

“Our way of life is different from that of people in industrialized areas, where one needs to make money as quickly as possible,” says Blichfeldt emotionally. “We are dependent on the environment and therefore we are not out to make short-sighted profits.”

Geir Wulff-Nilsen, Mayor of the municipality of Moskenes, to which Reine belongs, points out that whaling is part of an annual rhythm, in which the various types of fishing succeed each other and the varying results complement each other. “The catch of Minke Whales is an important part of our total economic system. Moskenes and similar coastal villages have always based their existence on combined fisheries. You cannot see whaling in isolation from the rest of our work. “

The Norwegian environmental movement is in a precarious position. Norway would like to be a guiding nation in the field of the environment, but is also in favor of hunting Minke Whales. Heidi Sørensen, President of the largest Norwegian environmental organization Natur og Ungdom (Nature and Youth) says: “We supported the IWC moratorium in 1986, because we found that we lacked scientific figures on the total whale stock. We have these now and so it's time to start a controlled, well regulated catch. We are also keen on the importance of the catch for local communities, like those here along the coast. “

Sørensen blames Greenpeace for “humanizing” particular animal species: “One species of animal is taken out and put on a pedestal. Of the seal they have made a baby with those big eyes. The whale is ascribed an almost human intelligence. And all that with rhetoric about the barbarous murderers who hunt these animals.”

On the other side of the dividing line are the whale protectors, likewise in varying degrees. In an open letter in the northern Norwegian newspaper Nordlys, in which he tries to answer for the attack in December, Paul Watson claims that mankind is about to communicate with whales and he warns the Norwegians: “It is certain that whales will talk about you in the same way as the Jews do now about the Nazis.”

Also Greenpeace is square against any form of whaling at this time. Spokesman Geert Drieman: “The Norwegians suggest that there is agreement within the IWC over the new management model, but that's not true. Our opinion is that there should be no discussion about a resumption of the hunt for whales before the missing parts are ready.” According to Greenpeace, the moratorium was declared at a time when fifty years of Norwegian whaling had already reduced the Minke Whale stock with 54 percent. The current stock of 86,700 animals must still be protected against extermination, the organization says.

That the Norwegians hunt with small boats, does not mean that the hunting size is also small. According to Greenpeace in previous years per year about two thousand Minke Whales on average where caught.

For the environmental organization the poor economy in the North is no argument either. Drieman points out that Norway is one of the richest countries in the world and can take a beating.

The message that the Norwegians are resuming the commercial Minke Whale catch, was welcomed in Japanese coastal villages with great celebrations. The Norwegian plans may also be a precedent for other whale hunting countries, with Iceland and Japan leading the way. It is questionable whether there will be anyone in Kyoto with sufficient wisdom and authority to prevent a further member drain of the IWC. If Norway, Japan and Russia follow the example of Iceland and Canada and likewise leave the organization, nothing more remains than a club whose most important founders ran away and of which the Statutes are outdated. Chances are that by that time whaling is again in full swing.

 

Note (2017): The Red List of Threatened Species issued by the International Union for Conservation of Nature (IUCN) estimates the number of Minke Whales in the Nort Atlantic waters at some 180,000 and labels the species as ‘Least Concern’. The total in Antarctic waters is estimated at more than 500,000. Norwegian Minke Whale quotas balance around 1.000 annually. No other whale species are hunted by the Norwegians. As per Spring 2017 there was still no agreement on the Revised Management Scheme. Iceland joined IWC again in 2002. No verbal communication with Minke Whales has been established yet.

Naar boven

Het vermaledijde Westen en de islam

 

Dit is de volledige versie van het artikel dat onder de kop 'Strijd tegen 't islamisme moet worden voortgezet' op 26 februari 2016 is gepubliceerd door Rotterdam Vandaag & Morgen. Zie aldaar ook voor reacties. Bij nader inzien, omdat de kop ten onrechte de indruk wekte dat ik wilde oproepen tot gewapende strijd, heb ik deze op de eigen site veranderd in: 'Niet bang zijn voor de radicale islam'

 

Voor de tweede maal in een paar jaar is een familielid van me door toedoen van islamisten om het leven gekomen. Ik heb nagedacht over de betekenis van deze twee doden, maar de nabijheid van de gebeurtenissen bemoeilijkt het denken. In het aanschijn van de dood lossen hersenspinsels op als sneeuw voor de zon. Maar toen in januari mijn tweede famillielid omkwam in Burkina Fasso was ik al begonnen aan dit essay, dat een poging is om te begrijpen wat de westelijke waarden zijn waarvoor zo velen met hun leven moeten betalen.

 

De titel van dit essay had eigenlijk omgekeerd moeten zijn: de islam heeft het moeilijk met het Westen. Maar dat is geen nieuws. Iedereen heeft moeite met het Westen en waarom ook niet? Waarom laat het Westen de rest van de wereld niet gewoon met rust?
Ik had eens een heel aangename avond met een Russisch-orthodoxe geestelijke. We praatten urenlang over van alles en nog wat en omdat we in Duitsland waren, vloeide het bier rijkelijk. Dikke vrienden waren we, tot op het moment dat de religie ter sprake kwam en het verschil tussen Oost en West. De vriendelijke geestelijke voor wie ik inmiddels een warme sympathie had opgevat, sloeg op slag om. Schuimbekkend, bliksemend uit zijn ogen veroordeelde hij het Westen met alle woorden die hij maar kon vinden.
Het Westen was imperialistisch. Het Westen had de Oosterse kerk opzijgezet. Het Westen ging zijn eigen weg en was alleen uit op macht. Het Westen leefde ten koste van anderen. Het Westen was de duivel zelf, vervloekt en tot de ondergang gedoemd. Mijn lieve vriend zag eruit alsof hij maar wat graag zelf voor die ondergang zou zorgen.
Het kan ook subtieler. Een Russische vrouw, van wie ik wist dat ze actief was in de Russisch-Orthodoxe kerk in Rotterdam, was een keer aanwezig bij een historische lezing die ik gaf over haar vaderland. Toen ik kwam op het jaar 1054 en het schisma tussen Oost en West dat zich toen voordeed, schoot ze op en zei dat ze precies wist waarover het ging. ‘1054, dat is het jaar waarin de rooms-katholieke kerk zich heeft afgescheiden van de orthodoxe kerk!’
Als ik nu nog eens vertel over het Grote Schisma, dan mag ik het verhaal van deze vrouw graag aanhalen want het levert me altijd een lachende zaal op. Het wordt grappig gevonden, de manier waarop de werkelijkheid op zijn kop wordt gezet. Maar eigenlijk is het niet grappig, want die vrouw was oprecht, evengoed als de geestelijke, ondanks zijn woede. Als we niet leren begrijpen hoe het voor de Russen kan zijn om in aanraking te komen met het Westen, als we ons niet leren verplaatsen in de Russen en niet snappen waar het hen om gaat, dan komt het niet meer goed tussen Oost en West. Dan komen we niet meer voorbij aan het jaar 1054, hoe je de gebeurtenissen van dat jaar ook bekijkt.
Zo heeft iedereen moeite met het Westen. De indianen van Amerika, de zwarten van Afrika, of ze nu nog daar wonen of nazaten zijn van de ongelukkigen die eeuwen geleden om geldelijk gewin naar Amerika zijn versleept. De Eskimo’s, de volkeren van Azië met hun koloniale verleden, ach wie haat het Westen niet?
Het merkwaardige is dat het Westen zich in geselecteerde gevallen graag uitput in excuses, zonder dat het iets helpt. Het Westen excuseert zich voor de slavernij en westerlingen plengen een traan bij de monumenten voor de slachtoffers van die slavernij. Met het kolonialisme idem dito. Ook al is de uitbuiting, het onrecht, iets van eeuwen geleden, van andere generaties, toch probeert het huidige Westen daarmee in het reine te komen, soms halfhartig, soms opportunistisch wanneer het nodig is omdat er lucratieve handel ligt te wachten, maar altijd vernederend. Westerlingen raken eraan gewend de knieën te buigen en de ogen neer te slaan.
Het is goed om schuld te bekennen, laten we dat vooropstellen. Zelfs al maken veel van dit soort bekentenissen deel uit van procedures met als doel een financiële schadeloosstelling, wat het doen van een bekentenis dan weer bemoeilijkt. Toch blijft het een goede zaak om in te zien dat er iets niet goed is gegaan, al was het alleen om de kans op herhaling te verkleinen.
Die schuldbewuste houding van het Westen wordt door talrijke niet-westerlingen graag benut, maar zelden begrepen en veel vaker gezien als zwakte. Terwijl in het westen monumenten worden opgericht, wordt de slavernij in extreem-islamitische gebieden nieuw leven ingeblazen. Ik kan me niet herinneren dat er vanuit de islamitische wereld ooit een excuus is gekomen voor de immense slavenhandel die daar eeuwen lang is bedreven en in feite dus nog bestaat. Wat staat voorop? Het feit dat de slavernij niet door iedereen principieel wordt verworpen ofwel dat men de vernedering van het aanbieden van excuses niet wenst te aanvaarden? Of allebei?
Dit vraagstuk is geen onderwerp van gesprek. Westerlingen lijken in de ogen van niet-westerlingen hun gezond verstand kwijt. Ze volgen een man die tweeduizend jaar geleden volstrekt onpraktische en onhaalbare idealen nastreefde en van wie het de vraag is of hij ooit echt heeft geleefd, maar die desondanks tot voorbeeld van de samenleving is geworden. Een van zijn uitgangspunten was, dat wie geslagen werd op zijn linkerwang, zijn rechterwang moest aanbieden. Iedere rechtgeaarde man weet dat je dan ook een zo hard mogelijk tik op die rechterwang moet geven, zeker als de eigenaar van die wang er zo nadrukkelijk om vraagt.
Is het Westen de Gekke Henkie van de wereld? Misschien. Wie zal zich daar druk om maken zolang het Westen geld oplevert? Jarenlang hebben ontvangers van ontwikkelingshulp braaf het handje opgehouden, terwijl ze zich collectief afvroegen wat de westerse wereld toch bezielde om alsmaar te geven en goed te willen doen.
Maar er is een andere kant aan de zaak, want het Westen vernedert zich niet consequent. Het gooit ook bommen op onschuldige burgers, stuurt de drones af op mensen van wie soms alleen maar wordt aangenomen dat ze wel eens gevaarlijk zouden kunnen zijn, steunt dictators, bestrijdt democratische regimes, pleegt chantage en vervuilt intussen de wereld op ongekende schaal. Het Westen is onberekenbaar, het heeft een januskop, aan de ene kant een halfzachte dominee en aan de andere kant een volstrekt egocentrische barbaar. Zo kan het belijden van eigen zonden door anderen moeilijk serieus worden genomen.
De gematigde islam maakt het vrij gemakkelijk om met de eigen zondigheid om te gaan. Allah is barmhartig voor hem die tot inkeer komt. En als je na die inkeer nog een keer de fout ingaat, de kom je opnieuw tot inkeer. Blijf je best doen. Zolang je de dagelijkse religieuze plichten vervult, kun je met een gerust hart verder leven. Toegegeven, bij de radicale islam ligt dat anders. Daar straffen Allah’s volgelingen in zijn naam omdat ze denken dat hij dat wenst ofwel omdat ze wensen dat hij dat zo denkt. Handen afhakken, zweepslagen, stokslagen, de keel afsnijden, opblazen of doodschieten. Volgens sommigen is dat juist weer een reactie op het verdorven Westen. Of in het geval van jonge allochtonen in het Westen op sociale achterstelling. In ieder geval ligt de schuld bij het Westen, hoe je het ook wendt of keert.

Hier komen we bij de hamvraag: in hoeverre is de ontstane situatie werkelijk de schuld van het Westen? Wordt het niet eens tijd voor een iets kritischer vorm van zelfonderzoek? Tot nu toe wekt het Westen namelijk de indruk het in grote lijnen eens te zijn met de beschuldigingen. Het Westen biedt steeds weer nieuwe excuses aan en pleegt openlijk zelfonderzoek, terwijl het tegelijkertijd gedoemd lijkt te zijn om steeds weer nieuwe wandaden te begaan. Zo blijven we bezig. In deze tijd weer de behandeling van de honderdduizenden vluchtelingen die jaarlijks op Europa afstormen. Er wordt nauwelijks gekeken naar de oorzaken en vrijwel niet naar degenen die deze stroom uit winstbejag op gang brengen en houden. De vermeende nalatigheid van het Westen bij de opvang van deze mensen komt daarentegen in het volle licht.
Waar is het Westen werkelijk mee bezig? Soms lijkt het erop dat we dat echt niet weten. We doen maar wat, in de hoop dat het niet al te slecht uitpakt. Tegelijkertijd creëren we nu weer door omstandigheden waarvoor we morgen excuses kunnen gaan aanbieden, die door de rest van de wereld eerst op zeer verontwaardigde toon zullen worden geëist en daarna worden afgedwongen. Wie schiet er iets mee op?
Even terug naar mijn Russische vrienden. Als een gebeurtenis in het jaar 1054 nu nog zo veel emoties kan oproepen, heeft het klaarblijkelijk zin om te kijken naar de geschiedenis op langere termijn. Het is niet voor niets dat in de Arabische wereld om de haverklap wordt gerefereerd aan de kruistochten, die intussen toch ook goed achthonderd jaar achter ons liggen. De indruk wordt gewekt dat ze het zich herinneren als de dag van gisteren! Iedere actie van het Westen in de richting van de Arabische wereld wordt nog altijd geïnterpreteerd als een nieuwe kruistocht, een nieuwe uiting van cultuurimperialisme en poging tot onderwerping van zwakkeren.
Misschien is het tijd voor een herwaardering van onze geschiedenis en kunnen we in dat licht iets meer begrijpen van het heden en vooral van dat merkwaardige fenomeen dat het Westen heet.

Kritiek

Wat is specifiek aan het Westen? Menigeen is trots op wat wel de joods-christelijke traditie wordt genoemd; joods hier met een kleine letter omdat we het over de religie hebben. Van die traditie wordt aangenomen dat deze is uitgemond in de hedendaagse principes als menselijkheid en rechtvaardigheid. Daarnaast is er natuurlijk ook nog de Helleens-Latijnse traditie, Athene en Rome, die ons onder meer de vrije gedachte en het recht hebben opgeleverd. Het is een mooie combinatie, maar een beetje abstract en eigenlijk te licht om als onderbouwing te kunnen dienen voor de claim dat het Westen een beschaving met toekomst zou zijn.
We zullen er dieper over moeten nadenken. Neem die joodse traditie, die vinden we terug in het Oude Testament. Wat is er karakteristiek aan het boek? Onder meer de rol van de profeten. Elke leider van Israël, de eeuwen door, heeft steeds een of meer van die lastposten tegenover zich die hem vertellen wat hij fout doet en wat hij beter zou moeten doen. Het is de voortdurende kritiek van de profeten en de zelfkritiek die de Joodse geschiedenis karakteriseren.

Het vermogen tot zelfkritiek heeft het Westen overgenomen van de joodse traditie. Of het allemaal geslaagd is, of het oprecht is, dat zijn andere vragen. In tal van andere beschavingen bestaat dit vermogen tot zelfkritiek ten enenmale niet. Dat is het verschil. We zullen het er in het Westen over eens moeten worden, of we dat vermogen tot zelfkritiek willen behouden of niet. Is interne kritiek ergens goed voor? Ja, want zonder kritiek en oprechte zelfkritiek –niet de opgelegde zelfkritiek uit het communistische verleden – kan er geen democratie bestaan.
Kritiek is het benoemen van het tekort dat zichtbaar wordt wanneer een ideaalbeeld wordt afgezet tegen de werkelijkheid. Kritiek is noodzakelijk als we willen weten hoeveel beter we zouden kunnen en zouden moeten handelen. We hebben onze eigen profeten in de media. Niet-westerlingen zullen zulke kritiek maar al te graag onderstrepen en tegen het Westen gebruiken. Dat is geen zwakheid, dat is kracht. Je moet sterk in je schoenen staan om kritiek te kunnen verdragen. Het Westen kan dit blijkbaar. Zwakke culturen kunnen het zich niet permitteren om kritiek toe te staan. Ze ontberen daardoor het zelfcorrigerend vermogen en hebben zolang ze de kritiek niet toestaan, geen toekomst.
Want dat was de basis onder de kritiek van de profeten van Israël: het geloof in de toekomst. De samenleving, de wereld, was de weg naar die toekomst, de profeten de wegwijzers, de koningen degenen die het volk moesten leiden. De veertig jaren die het volk onder leiding van Mozes doorbracht in de woestijn was het model voor het totale bestaan van Israël. Aan het eind van de weg door de woestijn van de eeuwen ligt het Beloofde Land. Leven in de verwachting van een betere toekomst, actief naar die betere toekomst toeleven, dat is wat het Westen van Israël heeft geleerd.

Inleving

De filosofen van het oude Athene hebben ons de instrumenten aangereikt om over alle zaken in het leven gestructureerd en vooral volledig na te denken, zonder belangrijke elementen weg te laten. De mantel der liefde waarmee de waarheid wordt toegedekt, al dan niet religieus van aard, wordt weggetrokken. Ook dat kunnen zwakkere culturen zich niet permitteren.
Nu is het echte denken altijd onderdeel van het echte leven. De werkelijkheid van alledag fietst steeds weer door onze schone gedachten hem en ontneemt eraan de schijn van zuiverheid. Het Schone, het Ware en het Goede gaan steeds weer ten onder in de grimmige werkelijkheid van de oorlog, de leugen en de misdaad. Daardoor zijn het niet de mooie en ordelijke gedachten van de filosofie, maar de verwarrende en vaak radeloze vragen van degenen die in de verdrukking zit, die ons door de dag en uiteindelijk door ons leven heen begeleiden. Maar de durf om onafhankelijk te denken helpt om onze levenservaringen op een rijtje te zetten, onder woorden te brengen en om bijvoorbeeld af en toe in een gesprek samen met anderen wat dichter bij de eigen waarheid te komen.
De Grieken hebben daarbij een extra kwaliteit ontwikkeld, die in de oudheid een even unieke ontdekking geweest moet zijn als de mogelijkheid van het denken en filosoferen, namelijk het inlevingsvermogen. Al observerend en reflecterend kan een mens ertoe komen zich af te vragen wat een ander innerlijk beweegt. Niet het belang van waaruit een ander handelt, maar de innerlijke drijfveer. Het Oude Testament bevat weinig van dat soort inzichten, maar al in de Ilias van Homeros komen we een mooi en trouwens heel bekend voorbeeld tegen.
Het bedoelde verhaal is te vinden in het hoofdstuk over het vrijgeven van Hector’s lijk. Achilles heeft bij de gevechten om Troje zijn tegenstander Hector gedood en nu komt zijn vader, Priamus, smeken om het stoffelijk overschot. Eerst heeft Achilles geen zin om het lijk over te dragen, maar dan doet Priamus een dringend beroep op hem, door hem aan zijn eigen vader te herinneren. Prompt zijn beide heren in tranen en geeft Achilles ruimhartig toe, omdat hij nu de vaderliefde van Priamus meevoelt. Een lyrisch voorbeeld van een duidelijk diep gevoelde empathie. Het is een kwaliteit die de oorlog helpt overwinnen.

Macht

Wat hebben de Romeinen ons eigenlijk overgeleverd? Ik sprak van een Latijnse erfenis om wat dichter bij de kern van het Romeinse Rijk te komen, namelijk de periode van de Pax Romana vanaf Augustus en Tiberius rond het begin van de jaartelling tot de filosoof-keizer Marcus Aurelius in de tweede eeuw. Wat was het principe van de Pax Romana?
Dat lijkt me een relevante vraag, mede omdat we weten dat de rooms-katholieke kerk is gebouwd op de tradities van het Romeinse Rijk. Niet alleen is Rome het centrum van de rooms-katholieke wereld, maar er zetelt in die stad een soort kerkelijke keizer die zich naar de gewoonte van de oude priesters en keizers de Pontifex noemt. De hiërarchie van de kerk is gestructureerd naar het model van het oude keizerrijk. Dat heeft z'n weerslag in de christelijke wereld, protestants en katholiek. In Washington staat het Capitool, een symbool voor de op het christendom stoelende rijksopvattingen die leven bij de bevolking van de Verenigde Staten, die klaarblijkelijk denkt in termen van het Romeinse Rijk.
Anderen hebben de overeenkomst tussen de VS en het Romeinse rijk al meer dan voldoende uitgediept.  Er is een principiële overeenkomst, die in het geval van de Amerikanen wel erg zichtbaar is geworden, maar die zeker ook voor de Europeanen geldt. De hele westerse wereld gedraagt zich volgens maatstaven die we terug kunnen vinden bij de oude Romeinen. Het is niet zo moeilijk om de belangrijkste van die maatstaven bloot te leggen. Het gaat om het principe van de macht, de centrale macht die absoluut is, ook al wordt er nog zoveel en zo democratisch gekozen en zijn de gedachten nog zo vrij.
Macht is macht. In het oude Rome draaide alles om de macht. De aanvankelijke zin ervan was dat het enorme territorium van het Romeinse rijk alleen effectief bijeen kon worden gehouden door een krachtig centrum met een effectief netwerk dat reikte tot aan de randen van het gebied. Op het moment dat de centrum niet meer krachtig was en het netwerk niet meer functioneerde, begon de ineenstorting van Rome. Wat van dat alles de oorzaken waren, is weer een andere vraag.
Daarbij ging het niet alleen om een keizer met absolute bevoegdheden en om een uitgebreid bestuursapparaat dat gesteund werd door een effectief en zonodig meedogenloos leger. Het ging ook om simpele en alledaagse zaken, zoals het uniforme muntstelsel dat in alle delen van het rijk een effectieve handel mogelijk maakte. Het ging om het Romeinse recht, dat consequent werd opgebouwd zodat het uiteindelijk door keizer Justinianus in de zesde eeuw kon worden geïnventariseerd en overgeleverd aan latere eeuwen.
Maar het ging ook om bijvoorbeeld de manier van bouwen. Van de Etrusken hadden de Romeinen geleerd hoe je een stad moet opzetten, met een pretorium in het midden en een kwadratische structuur. Zelfs de kleinste legerkampen werden op die wijze opgezet, maar ook nieuwe steden kregen die vorm. Alles volgens dezelfde principes, zodat iedereen wist waar hij of zij aan toe was. Tot en met de vorm en het formaat van de dakpannen en de rioleringsbuizen, alles was gestandaardiseerd. Zolang dat werkte, bleef het Romeinse rijk bijeen.
Het aardige van het Romeinse rijk was dat elk volk dat de ambitie had om erbij te horen, welkom was. Geen etnische selectie aan de poort. De enige voorwaarde was dat zo’n volk zich zou neerleggen bij de zeden en gewoonten van de Romeinen. Dat komt in allerlei gradaties, van de status van foederati tot aan volledige opname binnen de Romeinse samenleving. Voor dat laatste, het Romeins burgerschap voor mensen die niet in Rome woonden, werd een eeuw voor het begin van onze jaartelling in Italië nog een burgeroorlog uitgevochten, maar het is gerealiseerd. Toen eind vierde eeuw de Goten langskwamen, werkte het niet meer, maar toen was het Rijk al bijna verdwenen.

Hier mogen we de lijn doortrekken naar het Westen en dat kunnen we doen via de kerk die zo veel heeft betekend voor de vorming van de westerse beschaving. Een mens hoeft niet religieus te zijn om de belangrijke rol van de religie in onze geschiedenis in te zien.
Ook de Rooms-katholieke Kerk streeft naar standaardisatie. Pluriformiteit binnen de kerk van Rome is uit den boze. Wonderlijk genoeg laat ook de ontwikkelingsgeschiedenis van de kerk zich vergelijken met het Romeinse rijk. In navolging van de splitsing die keizer Constantijn in de vierde eeuw veroorzaakte door de verhuizing van de hoofdstad naar Byzantium is ook de kerk zeven eeuwen later gesplitst in een oostelijk en een westelijk deel. Dat is het schisma van 1054. Net als Rome had ook de rooms-katholieke kerk te maken met barbaren in het noorden. Ze zijn Rome dan wel niet binnengevallen, zoals de Goten en de Vandalen, maar ze zijn wel een eigen weg gegaan door het stichten van een eigen kerkrichting. De protestanten horen nadrukkelijk niet bij Rome en ze willen dat ook niet.
Is de rooms-katholieke kerk ook verslaafd aan de macht? Ja, Rome heeft er altijd naar gestreefd de wereld te beheersen en doet dat in zekere zin nog steeds. Dat is de Rooms-katholieke kerk zeer kwalijk genomen. Hoezeer valt te lezen in het verhaal over de grootinquisiteur van Sevilla van Dostojewski. Daarin wordt de terugkeerde Jezus achter slot en grendel gezet, omdat Hij zich met de wereld komt bemoeien. Dat kan in de ogen van de geestelijkheid niet, want de kerk van Rome meent dat ze eindelijk orde op zaken heeft gesteld in de wereld. Dus wordt Jezus bewust onschadelijk gemaakt. Aldus Dostojewski in zijn kijk op de kerk van het Westen.
Het is de visie van de Russisch-orthodoxe kerk die zich verre houdt van de beslommeringen in het ondermaanse en zich volledig richt op het hiernamaals. De Kerk van Rome daarentegen heeft geprobeerd de samenleving te verbeteren en doet dat nog. Dat pogen om de wereld beter te maken is begonnen in de middeleeuwen. Er was in het westen een moment waarop men begreep dat de wereld niet verdoemd hoefde te zijn, dat de mens niet alleen maar de opdracht had om zich af te keren van het aardse bestaan om zich te richten op het Koninkrijk der Hemelen, maar een plek kon worden waar het heil dat in de Bijbel werd beloofd, al in de praktijk werd gebracht.
Dit is wat Dostojewski niet begreep, dat de Kerk van Rome op een bepaald ogenblik in de geschiedenis heeft besloten om te proberen het heil niet in de hemel te laten maar op aarde te brengen. Die acceptatie van de wereld en het voornemen om haar te verbeteren was een fundamenteel keerpunt in de geschiedenis. In veel religies is de aarde een verdorven plek en het aardse bestaan een beproeving die moet worden uitgehouden tot het ogenblik komt waarop het menselijk lichaam kan worden losgelaten en er zoiets als het hiernamaals wordt bereikt. Zo niet bij de westerse kerk. In West-Europa leerde men de wereld te zien als een aardse echo van het hemelse koninkrijk. Alles wat in de hemel kon, moest ook op aarde mogelijk zijn, inclusief naastenliefde, rechtvaardigheid en alles wat Jezus al bevolen had.
Die omkeer zich voor het eerst voor aan het einde van de negende eeuw. Zelf zie ik een vroeg voorbeeld in het leven van graaf Geraldus van Aurillac (855-909), die geestelijke wilde worden. Een bisschop wees hem erop dat hij met zijn maatschappelijke positie wellicht veel meer goede dingen kon verrichten dan als monnik in een klooster. Het resultaat was dat Geraldus een goed en vroom leven ging leiden. Hij werd heilig verklaard, wat bijzonder was omdat hij geen gewijd geestelijke was maar een gewone burgerman.
Zijn biografie is opgeschreven door een abt in het Bourgondische Cluny. Juist vanuit dat Cluny is de beweging om in de wereld zelf te werken in de tiende eeuw tot bloei gekomen, eerst in de vorm van een vredesbeweging en daarna in een poging om de kerk los te weken van de macht van de keizers, bekend geworden als de Investituurstrijd van de elfde eeuw. Deze strijd wordt daarom ook wel de Pausrevolutie genoemd, de eerste grote revolutie in Europa.
Op het moment aan het einde van de elfde eeuw, dat die Investituurstrijd op zijn hevigst was diepten de rechtsgeleerden het oude Romeins recht op en begonnen aan het definiëren van de Kerk van Rome als een corporatie. Toen het lukte om de kerk op die manier een juridische status te geven, kon ze de wereldlijke vorsten uitdagen om orde op zaken te stellen in hun eigen machtsgebied. Wie kijkt naar de ontwikkeling van het recht tussen pakweg 1050 en 1350 ziet dat de volgorde en de samenhang precies kloppen.
Dankzij de herwaardering van de middeleeuwen die de laatste jaren in de geschiedkunde doorbreekt, is het niet langer een wetenschappelijk taboe om de rol van de kerk in de middeleeuwen positief te beoordelen. Sterker nog, steeds meer wordt ingezien dat juist de kerk de aanjager was van de wetenschappen aan de vroege universiteiten in West-Europa en zelfs van de moderne wetgeving en de systematische rechtsgeleerdheid. Dat begon aan de universiteit van Bologna, niet toevallig precies tijdens de Investituurstrijd.

Vanuit de kerk is zo de aanzet gegeven voor een rechtvaardige wereldlijke wetgeving. Dat was echter niet het eind van een ontwikkeling, maar het begin van een millennium waarop de westerse samenleving via een reeks van revoluties stap voor stap ‘het heil op aarde’ wilde brengen. Geen hiernamaals maar het hier en nu.
Toen de kerk naar de mening van Maarten Luther te materialistisch en te dominant was geworden, kwam de Duitse Reformatie van 1517. Dat was niet alleen een theologische strijd rondom zaken als de aflaat en de positie van de kerk, maar er waren ook belangrijke maatschappelijke consequenties omdat de macht in de samenleving verschoof van keizer en paus naar de landelijke vorsten. Aan het einde van diezelfde eeuw maakten de Nederlanders aan de koning van Spanje, Filips II, duidelijk dat hij ook maar een gewone stervelling was die van zijn taak kon worden ontheven. De Engelsen voltooiden dat proces een eeuw later door de invoering van de parlementaire monarchie.
Zo daalde de macht stapje voor stapje af van het hoogste niveau, de paus van Rome, via de vorsten naar het gewone volk. Eerst was dat de burgerij van de steden, de citoyens van de Franse Revolutie en vervolgens het proletariaat van de socialistische revoluties van de twintigste eeuw. Iedereen moest deel kunnen hebben aan de geneugten van het aardse bestaan, materieel en geestelijk.
Dat is in een notendop de ontwikkeling van de westerse beschaving, die heeft geleid tot de vele vrijheden die voorheen niet bestonden en waarvan iedere specifieke vrijheid op een bepaald moment in de westerse geschiedenis is bevochten: de vrijheid van slavernij (12e eeuw en 18e eeuw), de vrijheid van beroepskeuze (16e eeuw), de vrijheid om tirannen af te zetten (16e eeuw), de vrijheid om als volk zelf te regeren (17e eeuw), de vrijheid van denken en om die gedachten uit te spreken (17e eeuw), de vrijheid van religie of om juist geen religie aan te hangen (18e eeuw), het recht op een menswaardig bestaan en gelijkberechtiging voor iedereen (20ste eeuw). Het zijn maar enkele voorbeelden.
Deze vrijheden zijn onomkeerbaar. Bovendien kunnen ze alleen als geheel worden overgenomen, niet naar keuze. Het shoppen in de supermarkt van westerse waarden, zoals bijvoorbeeld China en Arabische landen in deze tijd graag doen, leidt tot mislukkingen. Het is een misverstand dat een volk de waarden naar believen van de toonbank kan pakken. Wel economische vrijheid maar geen vrijheid voor het individu. Wel de moderne technologie inclusief internet, maar geen vrijheid van meningsuiting. Wel luxe winkelcentra en mooie auto’s, maar geen gelijkberechtiging voor vrouwen. Zo gaat het niet. Het een volgt met het ander. Take it or leave it.
De enige beperking die er bestaat, is het feit dat het Westen ook nog niet de juiste balans heeft gevonden tussen individuele en collectieve belangen. Het conflict tussen ‘ik’ en de gemeenschap woedt er in alle hevigheid. Hij zal voorlopig wel blijven woeden, want het is geen statische balans die voor eens en voor altijd kan worden vastgesteld. Het is een dynamische balans die elk moment opnieuw moet worden ontdekt, afhankelijk van de omstandigheden. Het Westen is niet volmaakt, maar begint wel een voltooiing te naderen.

Verschillen

Wat is er christelijk aan dit geheel? Het vermogen om verschillende en soms zelfs tegenstrijdige elementen bij elkaar te brengen. Pluriformiteit, diversiteit, het recht om anders te zijn, is de basis van de westerse samenleving. Het recht van de vrije keuze om naar de Russisch-orthodoxe kerk met zijn gouden uien, de moskee met zijn minaretten, de synagoge te gaan. Het zijn niet alleen de islamisten die de mensheid dat recht willen ontzeggen. Alle radicale monoculturen die slechts één wortel kennen, hebben de neiging om hun medemensen het hebben van andere wortels te verbieden en ze desnoods met geweld door te snijden.
Hier komen we bij de kern van de zaak, want hoe kan ik nu vertellen dat de westerse cultuur géén monocultuur is? Alleen wijzen op de verschillende godshuizen in onze steden is niet overtuigend genoeg, want verdraagzaamheid is mooi, maar er bestaat ook nog zoiets als de laissez-faire tolerantie. Dat is een tolerantie die zich in de kern baseert op onverschilligheid. Leven en laten leven zonder belangstelling voor wat een ander beweegt. Onverschilligheid was de basis van de vrijheid in de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden ten tijde van de Gouden Eeuw. Godsdienstige verschillen mochten de handel niet verstoren. Het is een tolerantie zonder empathie, terwijl we hierboven juist hebben betoogd dat we niet zonder dat invoelingsvermogen kunnen. De oud-Nederlandse handelsmentaliteit was in die zin net zo goed een monocultuur.
De toekomstige wereldorde zal het beter moeten doen. Hierboven is een aantal eigenschappen opgesomd waaraan een beschaving voor de mensheid van de toekomst zal moeten voldoen wil ze een gelijkwaardige plek bieden aan iedereen. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vormt een poging om die eigenschappen samen te vatten. Misschien verdient ze het om nieuw leven te worden ingeblazen. Deze rechten zijn fundamenteel westers en christelijk, zonder dat ze van iedereen een westerling of christen willen maken. Daar gaat het nu juist om, dat zo’n eenvormigheid niet gewenst is.
Noem me een andere beschaving dan de westerse, die in staat is een toekomst te garanderen waarin rechtvaardigheid heerst op basis van concreet verworven rechten en waar plaats is voor alle mensen ongeacht achtergrond, geslacht, geloof of geaardheid. Ik ken zo’n beschaving niet. Daar hoeven westerlingen zichzelf niet voor op de borst te slaan, integendeel, het dwingt tot bescheidenheid want het is een bijna niet te dragen erfenis.
Het is niet zo dat iedere aardbewoner nu westers moet worden. Of christen. Juist niet! Dat zou heel ongewenst zijn, want eenvormigheid is in termen van de menselijke beschaving de dood in de pot. Mensen zijn divers, daarom is het juist zo waardevol dat het Westen plaats biedt aan diversiteit. Waar mensen eenvormigheid krijgen opgedrongen, houdt de beschaving op. Ook bij eenvormigheid van religie. Dat is jammer voor wie meent de uiteindelijke waarheid omtrent God in pacht te hebben, maar het is de enige manier waarop mensen de gelegenheid kunnen krijgen om verschillend in het leven te staan.
Het westen kan daarom geen eenvormigheid nastreven, al heeft het daar vaak de schijn van. Het gaat erom dat het Westen in de loop van pakweg tien eeuwen een reeks waarheden over het samenleven heeft ontdekt, die onmisbaar blijken te zijn. Die waarheden zijn niet vrijblijvend. Zonder die waarheden geen menselijke beschaving. Wanneer we die waarheden afschaffen krijgen we een verdeling van mensen naar religie, naar ‘ras’, geslacht, nationaliteit en ga zo maar door.
Ten tijde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog heeft dat besef van menselijke waarden zich als het ware teruggetrokken in de Verenigde Staten en Canada. Het Europese continent viel ten prooi aan fascisten, nazi’s en communisten die elk op hun manier terug wilden terugkeren naar voor-christelijke tijden. De westerse cultuur wortelde echter te diep en met hulp van de Amerikanen en Canadezen is het gelukt om Europa weer op de been te krijgen. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 geldt dat ook voor Oost-Europa. Nu moet het continent, soms tegen wil en dank, mee in de noodzakelijke poging om datgene wat in Europa is gelukt, in de hele wereld voor elkaar te krijgen.

Het Westen heeft de ondankbare en zeer gevaarlijke taak om de erfenis van het tweede millennium door te geven aan de rest van de wereld en zo een verenigde mensheid te scheppen op de aardbol. Dat is een historisch proces en het geheim van zulke processen is dat degenen die het doormaken zich er niet of nauwelijks van bewust zijn. De gebeurtenissen op korte termijn geven geen enkele aanwijzing. Ze zijn verontrustend, vol geweld en verwarring. Pas wanneer gekeken wordt naar de gebeurtenissen op lange termijn, wordt er wellicht iets van een lijn zichtbaar.
Bij zo’n bredere kijk kan duidelijk worden dat datgene wat op het eerste gezicht en op korte termijn puur machtsstreven lijkt, op langere termijn een historische noodzaak kan worden genoemd. Ja, het Westen streeft naar macht zoals ook de oude Romeinen deden om de orde en eenheid in hun rijk te bewaren. Maar op die plekken waar het goed gaat, streeft het Westen niet naar macht op de machiavelliaanse wijze, door te verdelen, te misleiden en te heersen. Als de westerse macht wel op zulke negatieve factoren zou zijn gebaseerd, bestonden er geen Verenigde Naties, geen OESO, geen GATT en andere internationale fora waar ook het doen en laten van het Westen kan worden gecontroleerd en in toom kunnen worden gehouden.
Dat er plaatsen zijn waar het niet goed gaat, hoeft geen betoog. Maar het is niet nodig om ons erop blind te staren.

Waar of wanneer is eerder een poging gedaan om een rechtvaardige samenleving te scheppen voor iedereen op deze aardbol, niemand uitgesloten? Het lijkt wel een kerstboodschap en misschien moeten we wel naar dat kerstverhaal terug om een beetje te snappen waarom het werkelijk gaat. Het is een Pax Christiana – ik heb die term niet uitgevonden en ik bedoel dit ook niet christelijk-fundamentalistisch. Integendeel, ik bedoel het juist zakelijk en areligieus, want het gaat er zoals gezegd niet om dat het christendom nu de dominante godsdienst zou moeten worden. Het gaat erom dat datgene wat het christendom voor de mensheid heeft bevochten nu algemeen wordt erkend en geïmplementeerd terwijl iedereen moslim, boeddhist, christen of atheïst kan blijven. Dat de mensheid wordt verenigd binnen één menselijke stam met een zo groot mogelijke diversiteit aan geloven en levensinzichten. Hoe meer hoe beter.
Er zullen niet veel mensen buiten de westelijke wereld zijn die begrijpen waarom Europa nog steeds grote stromen vluchtelingen toelaat, terwijl het zo veel makkelijker en logischer is om de grenzen gewoon dicht te gooien. Waarom verdraagt het Westen de uitdaging van grote groepen totaal onaangepaste jongeren, ook uit ‘eigen kring’ trouwens, provocerend op het randje van de criminaliteit of eroverheen? Waarom stuurt het Westen zijn jongeren naar gebieden waar ze op zich niets te zoeken hebben, alleen omdat daar de vrede wordt verstoord door groepen die anderen het licht in de ogen niet gunnen?
Zulke dingen doe je alleen als de missie groter is dan je zelf bent. Daarom is het zo ongelofelijk belangrijk dat het Westen volhoudt en dat we ons leven op het spel durven zetten. Met inzet van de juiste middelen, want geweld is lang niet altijd het juiste antwoord. Zeker niet op het islamistische fundamentalisme, want de aanhangers daarvan zien het liefste de wereld ten onder gaan in een zee van bloed. Waarom ze zo in het leven staan is een andere vraag, het blijft een feit dat ze streven naar hun eigen dood en daarin liefst zoveel mogelijk anderen willen meetrekken. Misschien is geweld dan niet op ieder moment het juiste antwoord, juist omdat het hun doodsverlangen vervult en ook vele onschuldigen treft.
De wereld heeft een visie nodig op de langere termijn, want we worden overspoeld door het geweld en de terreur van alledag. Voorop staat dat we niet bang hoeven te zijn voor de toekomst. De wereld heeft waarachtig wel ergere terroristen gezien dan het zooitje gewapende vrijbuiters die nu al schreeuwend in het rond schieten. Ze zullen zich voorlopig nog verder organiseren en steeds meer slachtoffers maken, maar uiteindelijk is dit islamisme een ballon die zichzelf opblaast tot hij klapt. Het heeft geen basis, geen visie en geen geloof in de toekomst.
We mogen misschien een vergelijking trekken met het communisme van een halve eeuw geleden, dat er ook zo gevaarlijk uitzag. Van de ene op de andere dag was het verdwenen, zowel de ideologie als het machtsapparaat. Zo durf ik wel te voorspellen – zonder iemand of een enkel geloof te willen beledigen – dat er een dag komt waarop de ballon van de radicale islam uiteenklapt. Als er niet meer de doodstraf staat op het verlaten van deze godsdienst, als het niet meer nodig is om je eigen onderscheidende identiteit te zoeken in de kentekenen van de islam, zullen miljoenen tegelijk de vrijheid nemen om zich te bezinnen op hun religie en hun geloof.
De kracht van de islam zit volgens mij niet in de religie, maar in de aanhangers van deze religie. Van hen kunnen wij in het Westen nog heel wat leren als het gaat om toewijding en volharding. Van ons kunnen zij op hun beurt weer leren dat religie een vrije keuze is en nooit een verplichting mag zijn. Zo’n vrije islam lijkt me een mooie aanvulling op het christendom als religie. Terwijl christenen vaak bezig zijn om alsmaar de wereld te verbeteren, vinden we binnen de islam juist de rust van het verleden. Religies kunnen heel goed samenleven, als ze maar een gemeenschappelijk geloof hebben in de waarde van het mens-zijn en elkaar niet uitsluiten, elkaar niet voor ongelovig uitmaken.

Ter afsluiting het bericht dat me bij het schrijven van dit essay bereikte: Arie Marinus Houweling is op vrijdag 15 januari gedood bij een overval van islamisten op een hotel in Burkina Faso. In dat land werkte hij als vrijwilliger in het Programma Uitzending Managers (PUM) mee aan de opbouw van Afrika. Eerder al, op 17 april 2010, kwam Jeroen Michiel Houweling om het leven tijdens zijn dienst in Afghanistan als gevolg van een aanslag met een bermbom. Jeroen was de zoon van een neef en Arie was de kleinzoon van een broer van mijn grootvader.

De wereld is te klein geworden om nog langs elkaar heen te kunnen leven. Ook als we moeite hebben met elkaar, zullen we elkaar moeten aanvaarden en elkaars waarde leren inzien. Dat geldt niet alleen voor westerlingen.

De geluidbestanden zijn van het type MP3, zoals de meeste muziekbestanden. Bij de tekst kunt u kiezen tussen ePub en PDF. De pakketten zijn gebundeld in een ZIP-bestand om het downloaden te vergemakkelijken. Een PC en een Mac hebben daar geen moeite mee, maar voor de iPad is een apart programma (app) nodig.

 

De naam van de app is ‘Zip File Viewer’. U kunt deze gratis downloaden en installeren via de App Store. Er zijn diverse varianten van, de meeste gratis maar ook een betaalde (€ 1,99).

Wanneer deze app is geïnstalleerd, kunt u de link uit de mail aanklikken en moet u het ZIP-bestand kunnen downloaden en uitpakken.

 

Er is nog een andere mogelijkheid, namelijk via het programma iTunes de uitgepakte bestanden naar uw iPad overbrengen. Dat is vrij ingewikkeld als het gaat om een PC en iPad, maar er zijn handleidingen voor: https://support.apple.com/nl-nl/HT201593. Maar misschien wilt u ook andere muziek of films op uw iPad kunnen overzetten en dan is dit toch wel handig.

 

Zelf gebruik ik Dropbox, dus een dienst in de cloud. Ik zit op mijn PC het betreffende bestand in de Dropbox-map en vervolgens haal ik die op met de iPad. Natuurlijk eerst een Dropbox-account aanmaken op PC (www.dropbox.com) en daarna een Dropbox-app downloaden via de App Store op de iPad, maar dat is niet zo moeilijk. Met iCloud en dat soort diensten gaat het natuurlijk ook.

 

Uw webwinkelbediende,

 

Feico Houweling