Amsterdam, de macht en de mythe

Ik wou dat ik een Amerikaan of Chinees was, dan kon me tenminste ongeremd overgeven aan de loftuiterij rondom 020! Maar ik ben helaas Rotterdammer en heb ook nog een paar geschiedenisboeken gelezen. Dat maakt het moeilijk om me aan te sluiten bij het internationaal engelenkoor.

Toen half juni 2015 de hoogleraren Zef Hemel en Frank van Oort in het dagblad Trouw ervoor pleitten om de omvang van Amsterdam kunstmatig te verdubbelen, omdat dat zo goed zou zijn voor Nederland, was ik dan ook even stil. Vooral omdat er expliciet bij stond dat die groei ten koste zou mogen gaan van andere steden.

Ik stond op het punt om argumenten te bedenken waarom zo’n pleidooi Nederland niet vooruit helpt. Maar in plaats daarvan rees bij mij de vraag hoe mensen op die gedachte kunnen komen, dat een ongebreidelde groei van Amsterdam ook goed zou zijn voor de arme, niet-Amsterdamse rest van ons land.

Waar komt die hoogmoed toch vandaan? Waarom is die luchtballon niet al in 1781 uiteengespat, toen Rijklof Michael van Goens de egocentrische Amsterdamse politiek ontmaskerde in zijn boek ‘Het ware dag-licht van het Politiek Systema der Regeringe van Amsterdam’? Niet samenwerken, maar voor jezelf gaan, zonodig ten koste van andere steden en de hele Nederlandse natie, dat was destijds het credo aan het IJ. Het boek is geschreven nadat Amsterdam de Republiek in een oorlog met Engeland had gestort, omdat het op eigen houtje, buiten de Staten-Generaal om, een handelsverdrag had gesloten met de VS.

Het toeval wilde dat op mijn tafel al een hele tijd het boek ‘Amsterdam, Geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld’ lag. Het is geschreven door de Amerikaanse auteur Russell Shorto, ook auteur van ‘The Island at the center of the world, the epic story of Dutch Manhattan and the forgotten colony that shaped America’.

In dat laatste boek maakt Shorto zijn vaak wat anglofiele landgenoten erop attent dat het de Nederlanders waren die grondslag legden voor de vrijzinnige cultuur van New York. Hij deed dat kort nadat een collega van hem had ontdekt dat de Declaration of Indepence niet was gebaseerd op Engelse documenten, wat ze altijd hadden gedacht, maar op het Nederlandse Plakkaat van Verlating. Kortom, een verdienstelijk werk van Shorto dat paste in de tijdgeest. En daarom was ik benieuwd of dit boek over Amsterdam ook iets nieuws brengt.

Ik heb inmiddels geleerd dat het in elk artikel over Amsterdam waarin je laat merken dat je zelf Rotterdammer bent, even moet melden dat je Amsterdam prachtig vindt, dat je geen chauvinist ben, dat je niets af wil doen aan de glorie van de Amstelstad en haar bijdrage aan de wereldgeschiedenis. Maar ik ben wel voorstander van een evenwichtige geschiedschrijving waarin zowel plussen als minnen aan bod komen. Ik houd niet van mythes, niet over mijn eigen stad en niet over andere steden.

Het is voor mij ook helemaal geen punt dat het boek alleen over Amsterdam gaat, want daarom heb ik het gekocht. Amerikanen zijn to the point. Wanneer ze het over Amsterdam hebben, dan hebben ze niet over Lutjebroek, Schinopgeul of Rotterdam. Zo ook Shorto.

Bovendien schrijft hij wel tien keer ‘Amsterdam en andere Hollandse steden’, blijkbaar in de gedachte dat die bewoners van andere steden niet moeten gaan zeuren wanneer ze niet bij name worden genoemd. Het boek gaat niet over hen. Maar ze mogen ook niet zeuren wanneer verworvenheden van die anonieme ‘andere steden’ nu plotseling op het conto van Amsterdam worden bijgeschreven? Dat doet de auteur namelijk.

De eerlijkheid gebied te zeggen dat het boek inderdaad ook enkele minpuntjes in de Amsterdamse geschiedenis aanstipt, zoals de tomeloze zelfverrijking van de regenten en heel terloops de gruwelijke genocide door Jan Pieterszoon Coen op Banda, hoewel hij geen Amsterdammer was. Maar voor het overige is het boek een lofzang op een stad, waar ik me eerlijk gezegd voor zou generen als ik er woonde.

Het wemelt van de bijna-waarheden. De namen en jaartallen kloppen wel, maar de manier waarop ze in hun verband zijn geplaatst, klopt vaak niet. Een enkel voorbeeld: Amsterdam wordt voorgesteld als de bakermat van de Nederlandse Opstand, hoewel toch ook wordt beschreven hoe de stad onderdak bood aan de Spaanse troepen pal na het bloedbad van Naarden in 1572. Dat de stad zich pas in 1578 bij de Opstand aansloot, wordt verklaard door te verwijzen naar de katholieken die er de touwtjes in handen hadden. Bij de alteratie van 1578 werd deze toestand als het ware even rechtgezet.

Dat de grote offers intussen elders door anderen al waren gebracht, valt hier niet te lezen. Dat Amsterdam tot die alteratie gedwongen werd door de economische quarantaine (de Sont-handel liep stuk), leren we ook niet. Nee, we lezen dat Amsterdam in 1578 calvinistisch werd, ‘maar het is misschien juister om te zeggen dat ze liberaal werd’, voegt de auteur toe. Dat is zo’n halve waarheid. Ja, de vluchtende Vlamingen die tientallen jaren lang in de Nederlandse Opstand de kolen voor de noorderlingen uit het vuur hadden gehaald, werden er gastvrij ontvangen. Ze bulkten namelijk van het geld en zouden daarmee in 1618 de staatsgreep van Maurits financieren, waarmee voor jaren einde werd gemaakt aan de godsdienstvrijheid in de Republiek.

Denkt u trouwens dat John Locke in Rotterdam is geweest? Volgens Shorto was hij inderdaad even ‘in andere Nederlandse steden’. Maar dat hij de langste tijd in Rotterdam heeft doorgebracht, daar voorzitter van het filosofisch genootschap De Lantaarn was, daar met de quaker Benjamin Furley verkeerde met wie hij later een commentaar op de grondwet van Pennsylvania zou schrijven, het is niet meer terug te vinden. Locke komt in Amsterdam, blijft in Amsterdam en vertrekt vanuit Amsterdam met Mary naar Engeland.

Bij het lezen van de passages over de patriottentijd heb ik het boek met een zucht terzijde gelegd. De lezer krijgt uit het boek de indruk dat ook de patriottische revolutie van 1787 helemaal een Amsterdamse aangelegenheid is geweest. Niks Aan het volk van Nederland, niks Leids Ontwerp. De historische context ontbreekt in het boek volledig.

En zo bracht dit boek me dan toch een antwoord op de vraag hoe twee toch verstandige hoogleraren op het idee kunnen komen dat het zin heeft om de stad aan Amstel vet te mesten met het eten van haar broertjes en zusjes. Ze verliezen blijkbaar hun kritische zin zodra de naam Amsterdam klinkt. Want als Shorto gelijk had gehad in zijn analyse dat deze stad een uniek fenomeen is, had Amsterdam toch met gemak een echte grote stad moeten kunnen worden, misschien niet een Londen of Parijs maar toch op zijn minst een Kopenhagen of Brussel. Zelfs daartoe was deze stad niet bij machte. De realiteit die zowel Shorto als de hoogleraren uit het oog hebben verloren, is dat Holland een verzameling steden is, die lief en leed met elkaar delen en waarmee het goed gaat als ze samenwerken en slecht als ze voor zichzelf gaan.

Voor de goede orde: wat helemaal niet wil zeggen dat ik erop tegen zou zijn wanneer Amsterdam in omvang zou verdubbelen. Integendeel, zo lang het maar niet ten koste gaat van andere steden. Ook niet 'desnoods'. New York is ook niet gegroeid ten koste van Chicago, om maar een voorbeeld te noemen. Zoiets doe je op eigen kracht.

NOOT: Het gaat de laatste jaren best wel goed met Amsterdam, zo goed zelfs dat men er al van droomt dat Rotterdam in de toekomst wel een soort buitenwijk van de Amstelstad zou kunnen worden. Misschien goed om dan even in gedachten te houden dat Amsterdam sinds 1830 is gegroeid met circa 414 procent van 202.400 naar 838.000 inwoners (2018), terwijl Rotterdam in die periode groeide met 877 procent van zo'n 72.000 naar een kleine 632.000 inwoners. Zie de gegevens van de Nederlandse volkstellingen. Daar hoeven we geen conclusies aan te verbinden, maar het zet wellicht aan tot bescheidenheid en nadenken zonder overdreven chauvinisme.

 

Gepubliceerd op 1 juli 2015, Rotterdam Vandaag & Morgen

http://www.vandaagenmorgen.nl/index.php/opinie/5597-amsterdams-glorie-macht-en-mythe.html